Filosofie van het levenseinde


In aanbouw

Proefschrift

Momenteel werk ik aan de afronding van mijn proefschrift over de eenzaamheid van het sterven. Het woord 'afronding' is overigens een rekkelijk begrip. De voorlopige omslag ziet u hiernaast.

Veel mensen met een levensbedreigende ziekte worden geconfronteerd met eenzaamheid. Deze eenzaamheid betreft op het eerste gezicht vooral een sociale en emotionele eenzaamheid. Maar de levensbedreigendheid van de ziekte impliceert tevens een existentiŽle vorm van eenzaamheid: de patiŽnt staat fundamenteel alleen in de confrontatie met de eigen eindigheid. Deze verlatenheid kan niet opgevuld worden door de aanwezigheid van vrienden en familieleden, noch door psychologische of sociale begeleiding. Het isolement van allťťn te zullen sterven blijft. De ontwrichtende ervaring te moeten sterven en hierin volstrekt alleen te staan, maakt onderzoek naar existentiŽle eenzaamheid relevant voor mensen met een levensbedreigende ziekte.

De wetenschappelijke literatuur over existentiŽle eenzaamheid wordt echter gekenmerkt door conceptuele verwarring, relatief zwak onderbouwde onderzoeksstrategieŽn, en conflicterende visies op zowel de mogelijkheid tot als de wenselijkheid van interventie. Nog lastiger ligt het bij existentiŽle eenzaamheid in relatie tot het levenseinde. Bij gebrek aan een theoretisch kader is het lastig empirisch onderzoek doen. Je kunt wel interviews houden maar dan weet je nog niet of de verwoorde ervaring correspondeert met de ervaring waar je naar op zoek bent. Bovendien ga je er dan vanuit dat mensen hun ervaring van existentiŽle eenzaamheid niet achterhouden ťn dat de ervaring van existentiŽle eenzaamheid Łberhaupt verwoord kŠn worden. Er is dan ook nauwelijks empirisch onderzoek gedaan naar de eenzaamheid van het sterven.

Genoemde onvolkomenheden verwijzen naar een onderliggende epistemologische en ontologische problematiek bij het in kaart brengen van wat het betekent om alleen te moeten sterven. Om deze problematiek in kaart te brengen analyseert deze studie de conceptuele consistentie van het bestaande onderzoek naar existentiŽle eenzaamheid in relatie tot het levenseinde. Van daaruit worden de epistemologische en ontologische implicaties rondom de eenzaamheid van sterven in kaart gebracht. Tot slot wordt een kader geschetst voor het doen van verder toegepast onderzoek. Daarmee levert dit onderzoek een bijdrage tot een beter begrip van existentiŽle eenzaamheid en adequatere zorg voor mensen met een levensbedreigende ziekte.



Voorlopige titel proefschrift

Proefschrift voorkant do we die alone?


Do we die alone? A philosophical exploration into the loneliness of dying and its implications for healthcare