Filosofie van het levenseinde


Eric Ettema

Columns

De eerste column voor filosofievanhetlevenseinde.nl, door Mariska Overman! Mariska studeerde HBO theologie en gaf les in levensbeschouwing, ethiek en filosofie. Zij ontwikkelt en geeft scholingen over de dood; variërend van postmortale zorg tot zingeving. Tevens zit zij in een brainstormgroep Spirituele Zorg van het Netwerk Palliatieve Zorg Noordwest Twente.

Het woord van de dood                                                                           Mariska Overman

mariskaoverman Waarover men niet spreken kan, kan men beter zwijgen. Wittgenstein gaf het al aan. Hoe doen we dat dan met iets dat er wel is, iets dat we menen te kennen, maar waar geen woorden voor zijn? De dood is er, de vraag is of we hem wel kúnnen kennen. Misschien moeten we trachten juist in dat niet-kennen te gaan zitten en er geen woorden voor willen vinden. Zeker geen woorden als 'een waardige' of 'goede dood'. Dergelijke woorden geven een waardeoordeel aan iets waarvoor geen woorden zijn. Voor dit fenomeen had Wittgenstein trouwens wel woorden: de mythe van de betekenis.

De werkelijkheid van de dood is een andere dan de werkelijkheid van kennis en woorden, of van het 'zijn' zoals we het kennen. In ontologische of epistemologische termen spreken over de dood is dus volledig onzinnig. Misschien dat juist daarin ook de eenzaamheid van de stervenden zit. Naast alle mogelijke culturele, sociologische en psychologische factoren die van de onderwerpen sterven en dood een outcast gemaakt hebben en die kunnen verklaren waarom de dood opgeschoven is naar een plek in de marge.

De consequentie van het eigen onvermogen woorden aan de dood te geven maakt van sterven, zelfs te midden van geliefden, mogelijk (!) een bezigheid van ongekende eenzaamheid die nooit op te heffen is. We kunnen de randvoorwaarden 'veraangenamen', de eenzaamheid verbloemen door samen te zijn en in elk geval als omstanders elkaars eenzaamheid schijnbaar te ondervangen, maar sterven is en blijft een eenzame aangelegenheid.

De enige hoop die ik aangaande die, voor ons als buitenstaander triest lijkende, eenzaamheid heb en koester is dat er mogelijk iets als een latent weten is. Een kennen van de dood zonder dat je je er bewust van lijkt te zijn. Een geheim waarvan alleen de stervende een ingewijde wordt. Misschien zit het kennen van de dood juist daarin. Een overgang van latent weten naar bewust weten. Waardoor ook de biologische dood onderscheiden kan worden van de dood 'an sich'(*) ; de dood waar we zo graag betekenis aan willen geven. Het licht dat uit iemands ogen gaat, soms al lang voor die biologische dood intreedt, is misschien wel die overgang. Waarmee dan ook de vraag opkomt wat sterven exact is, en wanneer je kunt spreken van gestorven zijn.

Onze hang naar het fysieke, ons Cartesiaanse denken en de medische gerichtheid op die lichamelijke kant van de dood ontnemen misschien wel het zicht op dat wat de dood mogelijk is; een overgang van latent naar bewust weten. Volgens mij zijn we nog veel te beperkt aan het denken over de dood. Zoals we, zoals Kant al zei, onmogelijk buiten tijd en ruimte kunnen denken, kunnen we klaarblijkelijk ook niet buiten zijns-termen denken, of buiten taal.

Hiermee kom ik weer terug bij het punt waarmee ik begon; is er iets te zeggen over de dood 'an sich'? Ik denk het niet. Waarmee ik niet wil zeggen dat we nooit meer over de dood moeten spreken, mits we ons maar realiseren dat het een spreken is over de randen van de dood die ons raken, niet de dood op zichzelf. Ik als zijnde, als ervarende zijnde, kan nooit iets zeggen over de dood dat zinvol is, omdat als de dood er is, ik er als bewust zijnde niet meer ben. De dood volledig loskoppelen van betekenisgeving is de enige optie die dichterbij komt, los van ontologie, los van epistemologie, los van taal in het algemeen en taal in het bijzonder. Dood is en blijft ongrijpbaar. Het kennen, het wéten van de dood, is voorbehouden aan de stervende. Als omstander rest ons niets dan zwijgen.

© 2011 Mijn-eigen-website.nl